Expertiseportaal van de Hogeschool Gent

Engels

‘The Future of Yesterday can only become Present as Past’: een onderzoek naar de wisselwerking tussen de architectuur van wereldtentoonstellingen en een ruimtelijke vorm van fotografie

Project: Doctoraatsproject

  • Maes, Ives (Doctoraatsstudent)
  • Deleu, Luc (Promotor HoGent)
  • Chatel, Guy, Universiteit Gent, Vakgroep: Architectuur & Stedenbouw , België (Promotor Universiteit)

Het discursieve gedeelte van dit doctoraatsonderzoek draagt de naam “De architectuur van fotografie” en onderzoekt de fysieke, sculpturale en architecturale aspecten van de fotografie. De algemene thesis van dit onderzoek is dat de uitvinding van de fotografie het gebruik van architectuur vooronderstelde. Sindsdien hebben er talloze hybride experimenten plaatsgevonden tussen fotografie en architectuur die als voorbeeld staan voor de invloed van architectuur op fotografie en vice versa.

In de oudst gekende representatie van het camera obscura principe, een gravure in Gemma Frisius’s ‘De radio astronomico et geometrico liber’ van 1558, is een intersectie van een paviljoen afgebeeld, waarin een omgekeerde projectie van de zon door een opening in de muur schijnt. De tekening toont een sterk geornamenteerd tuinpaviljoen dat, door de opening in de muur, doelbewust gebouwd lijkt te zijn voor het fenomeen van de camera obscura. De geschiedenis heeft aangetoond dat de ‘Camera Obscura Portabilis’ veel belangrijker was voor de geschiedenis van de fotografie, maar het camera obscura paviljoen van de 18de eeuw bewijst dat architectuur inherent is aan de uitvinding van de fotografie.

Dit doctoraatsonderzoek focust op de invloed van architectuur op de geschiedenis van de fotografie, met als voorbeelden het camera obscura paviljoen, Daguerre’s Diorama, Philip Henry Delamotte en het Crystal Palace, het Cinéorama, het Pavillon d’Agriculture van Charlotte Perriand, Edward Steichen en Paul Rudolph’s Family of Man en de American National Exhibit. Veel van deze case studies maakten deel uit van wereldtentoonstellingen. De tentoonstellingsgronden van wereldtentoonstellingen waren vruchtbare omgevingen voor experimentele architectuur en fotografie. Maar veel van deze wereldtentoonstellingexperimenten zijn vergeten, geclassificeerd als populaire ‘low-art’ geschiedenis of eenzijdig beschreven.

Het is echter duidelijk dat deze experimentele tentoonstellingstrategieën overgenomen zijn door een hedendaagse generatie kunstenaars zoals Robert Heinecken, Dennis Adams, Thomas Ruff en Wolfgang Tillmans. Dit wordt enkel duidelijk als de geschiedenis van fotografie, kunst, technologie, architectuur en wereldtentoonstellingen als een geheel behandeld wordt. Een interdisciplinaire herinterpretatie van bepaalde details in deze afzonderlijke geschiedenissen is noodzakelijk om te begrijpen hoe nieuwe vormen van fotografie kunnen ontwikkelen.

Deze invloeden zijn belangrijk voor het praktische gedeelte van dit doctoraat in de kunsten, voor de productie van een nieuwe reeks foto-sculpturen en foto-architecturen. In “The Future of Yesterday” worden de architecturale overblijfselen van wereldtentoonstellingen getraceerd en gefotografeerd. Deze beelden worden gepresenteerd als fotografische installaties. In de reeks “Sunville” staat het dorp Zonhoven in België centraal. Het dorp is de focus van een soort ‘nationaal wereldtentoonstellingspaviljoen’ dat een persoonlijke ‘heimat’ presenteert. Deze werken zijn foto-sculpturen, fotografische installaties en een studie voor een fotografisch paviljoen, gebruikmakend van een brede waaier aan technologieën, van de chemische basisprincipes van de fotografie tot 3D printing.

Samen vormen deze twee delen het doctoraatsonderzoek in de kunsten onder de titel “The Future of Yesterday can only become Present as Past”. Het discursieve gedeelte is een diepgaand historisch onderzoek dat de productie van nieuwe kunstwerken aanstuurt. Deze wisselwerking tussen theorie en praktijk creëert een nieuwe synthese die essentieel is in dit doctoraatsonderzoek.

StatusIn uitvoering
Periode1/10/1231/10/18

Verwante onderzoeksoutput