Expertiseportaal van de Hogeschool Gent

Engels

Professionele identiteiten in sociaal werk; een intergenerationeel perspectief

Project: Doctoraatsproject

Vanuit praktijk, opleiding en wetenschappen zijn er discussies over de professionele identiteit van de jongste generatie sociaal werkers. Ze handelen over een overwicht aan geïndividualiseerde oriëntatie, vertechnisering en depolitisering in het beroep. Deze kritieken passen in een ruimere discussie over de afnemende aandacht voor structurele aspecten van sociale problemen.

In dit doctoraatsonderzoek wordt dieper ingegaan op het concept professionele identiteit vanuit een generatieperspectief. Het heeft tot doel de statische discussies te verdiepen en de verschillende perspectieven hierop te onderbouwen met wetenschappelijke inzichten vanuit generatietheorie.

Onderzoeksvragen:

  1. Welke verschillen in opvattingen over professionele identiteit vinden we terug in praktijk en theorie van sociaal werk?           
    Met deze vraag worden wetenschappelijke inzichten met betrekking tot aspecten van de professionele identiteit van sociaal werkers beoogd, met name op het vlak van eigenschappen, complexiteit en verscheidenheid in theorie en praktijken.
  2. Wat is de relatie tussen professionele identiteit en generaties?      
    Het doel is aan de hand van generatietheorie huidige discussies over professionele identiteiten wetenschappelijk te duiden en een uitweg te bieden op een vastlopende discussie. Daartoe wordt het concept 'intergenerationeel perspectief' in verband gebracht met levensfase, anciënniteit, maatschappelijke achtergrond, tijdsgeest, opvoeding, opleiding, socialisatie op de werkvloer, aansturing in de organisatie…
  3. Welke implicaties heeft dit voor huidige en toekomstige sociaal werkpraktijken?  
    Het doel is vanuit empirische vaststellingen (praktijkvragen en kwesties op de werkvloer) concrete sociaal werkpraktijken te inspireren om discussies over professionele identiteiten te ontknopen. Het gaat hierbij om het ontwikkelen van instrumenten om in groepen en teams positief te werken vanuit generatieverschillen aan doelstellingen, probleemdefinities, werkvormen, … om de dialoog en wederzijds begrip tussen generaties sociaal werkers te versterken.
  4. Wat zijn de implicaties hiervan voor beleid in sociaal werk?          
    Met deze onderzoeksvraag wordt gepeild naar de condities, mogelijkheden en de gevolgen van de bevindingen op het niveau van beleidsaspecten van sociaal werkpraktijken. Daartoe is het noodzakelijk om aspecten van veranderingen, vereiste ondersteuning en aansturing, werkprocessen, strategische doelstellingen, aspecten van personeelsbeleid, enz. te onderzoeken.
    Het doel is beleidsmatige en organisatorische aspecten van sociaal werkpraktijken te ondersteunen bij de implementatie van inzichten uit het onderzoek.

Het project bestaat uit 3 clusters met eigen methodieken: literatuurstudie, casestudie en (focusgroep)interview. De literatuurstudie speelt in op de noodzaak aan theoretische onderbouw voor de huidige discussies in sociaal werk en ter ondersteuning van de uitbouw van de verdere onderzoeksmethodiek. De casestudies operationaliseren het theoretisch kader, eerst op kleine schaal door pilootprojecten in bepaalde afdelingen van OCMW Gent, waarna uitbreiding naar andere afdelingen en organisaties aan de orde is. De focusgroepinterviews hebben een dubbele functie. Enerzijds vormen ze de verbinding tussen de onderzoeksbevindingen en het beleid, anderzijds leiden ze tot informatie over de benodigde kennis, aanpak en implementatie om beleidsmatig om te gaan met diverse professionele identiteiten in organisaties.

Dit doctoraatsonderzoek wil onder meer een meerwaarde bieden door te

  1. Bijdragen aan theorievorming in sociaal werk in algemeen, en vanuit intergenerationeel perspectief in bijzonder.
  2. Bijdragen aan ontwikkeling van onderzoeksmethodologie om sociaal werkpraktijken te onderzoeken vanuit intergenerationeel perspectief
  3. Instrumenten en interventies ontwikkelen voor praktijk en beleid in sociaal werk.
StatusIn uitvoering
Periode21/09/1520/09/21

Moederproject

Verwante onderzoeksoutput