Expertiseportaal van de Hogeschool Gent

Engels

Counter-Archives

Project: Onderzoeksproject

Counter-Archives

 

De term ‘counter-archives’ is ontleend aan het boek Counter-Archive – film, the everyday and Albert Kahn’s Archives de la Planète’ (2010) van de film historica Paula Amad (University of Iowa). Amad interpreteert de opkomst van de cinematografie als een uitdaging aan het adres van de heilige waarden van het tekst-geöriënteerde archief: orde, synthese en objectiviteit. Met de intrede van de digitale media zijn fragmentatie, onvoorspelbaarheid en onoverzichtelijkheid noodzakelijkerwijs geaccepteerde karakteristieken geworden, en toch blijf het ontzag voor databases nog altijd groeien. Counterarchives zijn niet anti-archivistisch, maar proberen wel alternatieve ontsluitingen van het archief te bevorderen.

 

Voor dit post-doc project wil ik verdergaan met media-archeologie als methodologie. Ook het begrip van animatie als tegelijk ‘methode’ en ‘metafoor’ uit mijn doctoraat blijft van toepassing om te onderzoeken hoe onze audiovisuele beeldcultuur functioneert, zowel technologisch als wat betreft semantische dynamiek.

In concreto wil ik de komende jaren binnen de Gentse context een reeks interventies en exposities organiseren, punctuele presentatie-momenten die van animatie een sleutelbegrip maken, en die de noties van ‘geheugencapaciteit’ en de toekomst van ons verleden problematiseren. Tegelijk wil ik verder hierover kunnen publiceren. Archeologie impliceert hier dus niet zozeer een louter wetenschappelijke vraagstelling en onderzoeksmethode, maar stimuleert eerder het openen van archieven of collecties op basis van artistieke keuzes, bovenop alle materiële, historische en ideologische criteria. Als curator vraag ik aan de kunstenaars hun ‘levende blik’ op een collectie of een bepaald item te werpen.

 

In de loop van mijn doctoraatsonderzoek raakte ik gaandeweg steeds meer geïnteresseerd in het Mnemosyne-project van Aby Warburg (1929) en het archief als creatieve topos. Curatoren als Philippe-Alain Michaud en Georges Didi-Huberman bewezen de afgelopen jaren hoe Warburgs kunsthistorische model zinvol kan geactualiseerd worden,  en zowel in theorie als in de praktijk kan toegepast worden op onze huidige audiovisuele cultuur. (zie bvb. Didi-Hubermans Histoire de fantômes (Le Fresnoy, Tourcoing, 2011) en Nouvelles histoires de fantômes (Palais de Tokyo, Paris, 2014).

In beeldende kunst was er de afgelopen jaren overigens uitdrukkelijk sprake van een ‘archival turn. Zowel in kunst, filosofie als in nieuwe tekst- en mediapraktijken kreeg de notie van het archief opnieuw een duidelijke urgentie. Deze ‘archival turn’kan uiteraard niet losgezien worden van de ‘algorithmic turn,’ de impact van de ver doorgedreven digitalisering in alle aspecten van onze samenleving.  Er is een gigantische discrepantie ontstaan tussen de informatie die we ontvangen of zelf produceren en de input die we effectief kunnen verwerken. Het opslaan van data betreft inmiddels dergelijke proporties dat het alle menselijke bevattingsvermogen overtreft, en er enkel met computer-algoritmes nog greep op te krijgen valt. De media die ons zoveel mentale en sociale bewegingsvrijheid lijken te bieden, zijn tegelijk de media die onophoudelijk ons gedrag observeren en proberen te sturen.

Hybridisering en homogenisering zijn twee complementaire karakteristieken van de snelle digitale evoluties die we beleven. Archivale concepten en praktijken worden hierdoor radicaal getransformeerd ; onze verhouding ten opzichte van de actualiteit van de genetwerkte wereld, maar ook ten opzichte van het verleden is nu in plaats van statisch juist opvallend dynamisch geworden. Ons geheugen ervaren we inmiddels als erg tijdelijk en veranderlijk. De hedendaagse gebruiker van een archief is minder geïnteresseerd in hiërarchie en stabiliteit, dan wel in fluctuerende ordeningen.

 

Als curator is het museum, de expositie-ruimte mijn medium. Het is mijn ambitie om, vanuit het hierboven geschetste denkkader, tentoonstellingen en presentaties te initiëren die een bijzondere meerwaarde kunnen halen uit het onderliggende onderzoek. Als curator / onderzoeker is de werkmethode altijd casuïstisch: project per project wordt er een hypothese ontwikkeld, die dan in een samenspel met tal van factoren (logistiek, budget, institutionele agenda’s etc.) publiek gemaakt wordt. Het vertrekpunt voor elk project is telkens de uitnodiging tot samenwerking, een vraag die van zowel de instelling, als van de curator kan komen. Essentieel is dat de vraag specifiek die expertise adresseert die ik in mijn post-doc onderzoek wil verder uitbouwen (animatie als concept, media archeologie als methode, het ‘archief’ als dynamische en productieve topos, de historische relatie tussen animatie en het museum). De dialoog met de partners zal een nadrukkelijk deel gaan uitmaken van de genealogie van elk project.

 

De impliciete onderzoeksvraag is telkens het op de voorgrond brengen van medialisering, historiciteit en tijdsbesef. Wat is de agency van een bepaald kunstwerk of artefact, en hoe welke interactie ontstaat er tussen een presentatie-format en het ruimere kader van de expositie? Wat is de impact van een ‘levende blik’ op een historisch object ?

 

De uiteindelijke doelstelling van elk project is het problematiseren van ‘de toekomst van het verleden.’ In welke vorm en in welke mate kan, in dit tijdperk van de big data, een specifieke collectie weer tot een collectief spreken? Door relatief kleine, of tenminste toch tijdelijke interventies kan de interne logica van een archief of collectie zichtbaar gemaakt worden, en kan het conventionele gebruik van een verzameling of historische site een nieuwe, actuele dimensie krijgen. 

StatusIn uitvoering
Periode1/02/1531/01/18

Verwante onderzoeksoutput