Expertiseportaal van de Hogeschool Gent

Engels

"Brave Belges" of the Belle Epoque; a critical study of artistic incentives in the late-romantic Ghent horn playing tradition and its worldwide legacy

Project: Doctoraatsproject

  • Billiet, Jeroen (Doctoraatsstudent)
  • Vercruysse, Rik (Promotor HoGent)
  • Forment, Bruno, VUB - vakgroep Kunstwetenschappen en Archeologie, België (Promotor Universiteit)

"...Brave Belges..."

Het was niet zonder enige ironie dat WFH Blandford (Brits musicoloog, 1864-1952) de Gentse hoornist Raymond Meert (°Gent ca 1880-Manchester 1950), en in één moeite de vele Belgische hoornisten in dienst van de grote Britse orkesten, eind jaren 1920 van een klinkende bijnaam voorzag [1].

De "dappere Belgen" in kwestie waren de voorafgaande decennia in groten getale aangespoeld in de orkesten van onze buurlanden. Sommigen van deze muzikale migranten schopten het ver en bepaalden zo mee de ontwikkeling van de muziekcultuur van hun nieuwe thuisland.

Intrigerend genoeg blijken enkele van de wereldwijd meest invloedrijke hoornisten uit de Belle Epoque opgeleid te zijn aan het Koninklijk Conservatorium te Gent in de klassen van Jean Deprez (°Luik 1828-Gent 1901) en zijn leerling-opvolger Charles Heylbroeck (°Gent 1871-1941).

Verschillende van deze "Gentse" leerlingen bouwden in hun tijd indrukwekkende internationale carrières als solist én hoorndocent uit in binnen- en buitenland.

Philip Farkas (Chicago 1914-1992), met voorsprong de belangrijkste 20ste eeuwse Amerikaanse hoornpedagoog, citeerde zijn in Gent-opgeleide leraar Louis-Victor Dufrasne (Quiévrain 1877- Evanston (IL, VS) 1941) als "the biggest single influence in my life". Farkas nam naar eigen zeggen een essentiëel deel van Dufrasne's eigen(zinnige) lesmethodes, speelfilosofie en -stijl over [2]. Via leermeesters als onder meer Dufrasne, Farkas, de Gentse docent Maurice Van Bocxstaele (Gent 1897-Evere 1971) en zijn leerling André Van Driessche (Gent 1936-Hever 2014)  liggen vandaag de muzikale wortels van ontelbare hoornisten in deze bloeiperiode van de Gentse hoornschool.

Daarenboven werden talloze componisten door de artistieke kwaliteiten van deze hoornisten geïnspireerd tot het schrijven van een omvangrijk en hoogkwalitatief repertoire voor hoorn-solo en -ensemble.

Ondanks het feit dat het wereldwijde belang van deze artistieke stroming met Gentse wortels sinds enige tijd vaststaat weten we bijzonder weinig over de specifieke artistieke incentives die deze "hoornschool" zo uniek maakten. Nochtans blijkt er, mede door mijn voorafgaande studie "200 years of Belgian Horn School" (Gent, Orpheus Instituut 2008) een grote internationale interesse om dit stuk vergeten artistiek erfgoed verder te onderzoeken. Ook het eigenzinnige repertoire dat specifiek voor deze hoornisten geschreven werd, en waarvan ik de afgelopen jaren met mijn Mengal Ensemble de grote muzikale, artistieke en pedagogische waarde herontdekte, is slechts in beperkte mate ontsloten.

Onze kennis over de specifieke artistieke factoren en pedagogische kwaliteiten, speelwijzen en -speelpraktijk, klankconcept en instrumentale techniek die tijdens deze bloeiperiode gangbaar waren is bijzonder beperkt. Deze expertise is broodnodig om een nauwgezette historische uitvoeringspraktijk van de (belangrijke!) hoornpartijen in het internationale orkestrepertoire uit deze tijd te garanderen, al zeker indien we spreken over uitvoering op een historisch gedocumenteerd instrumentarium.

Het Gentse Conservatorium biedt een unieke situatie om deze artistiek gerichte case-study van een toonaangevende hoornschool uit te voeren:

-er zijn extreem goed bewaarde -zij het grotendeels onontsloten- archieven, die tijdens vorig onderzoek al gefouilleerd werden (en die tijdens het project ook voor andere onderzoekers toegankelijk gemaakt worden).

-er is een bibliotheek met een grote collectie historische partituren, waar in het verleden diverse schatten bewaard bleken te zijn.

-de collectie hoorns van het Conservatorium uit de belle-époque periode is op unieke wijze bewaard gebleven. Helemaal uniek is de verzameling van 4 perfect bewaarde historische sourdines, die het onderwerp vormen van een specifieke studie.

De output van deze studie zal bestaan uit artistieke productie (concerten, opnames), uitgaves (thesis, muziekuitgaves), ICT-toepassingen (online-catalogi, webtentoonstelling).

[1]   BLANDFORD, W.H.F., brief aan R. Morley Pegge van 29/11/1924: “...the first horn is one Meert, a Belgian –quite good and with a fine command of the high register, though like other braves Belges he is overfond of the B-flat alto crook

[2]   FAKO, Nancy Jordan, Philip Farkas & his Horn, a happy worthwile life, Crescent Park Music Publications, 1998 p12.

StatusIn uitvoering
Periode1/09/1531/08/21
URLhttp://www.corecole.be

Documenten