Expertiseportaal van de Hogeschool Gent

Engels

Al wat schijnt ziet; een media-archeologisch onderzoek naar flitslicht als scheppend concept binnen de actuele artistieke praktijk

Project: Doctoraatsproject

Inzet van dit doctoraal onderzoeksproject is een substantiële analyse van de manieren waarop de historisch gegenereerde voorwaarden, thema's en functies van de flitstechniek componenten (zijn ge)worden van een artistieke beeldpraktijk en hoe ze niet alleen fungeren als paradigma voor een specifieke manier van kijken maar ook van ervaren en zelfs denken.  Vanuit een media-archeologische invalshoek zal mijn onderzoek zowel een theoretisch als praktisch gericht kader schetsen dat aan volgende vragen tegemoet komt: Hoe en waarom groeide de flitstechniek uit tot het vitale aspect van de fotografie dat het vandaag de dag geworden is? Welke (van oorsprong) techniek-relateerde condities van flitslicht worden nu op een generische manier - zelf-reflexief, parodiërend, formalistisch, ... - in diverse fotografische strategieën ingezet? Op welke manier heeft flitslicht tot een algemene culturele perceptie geleid die de oorspronkelijke ervaring zelfs lijkt te verdringen? Hoe wordt de esthetiek van het geflitste beeld en haar apparatuur ingeschakeld in andere artistieke disciplines? En hoe evolueert flitslicht in de digitale omgeving waar tijd en ruimte materieel steeds verder ontbinden?

 

Het onderzoek zal zich vertalen in twee delen;

 

1. Het in kaart brengen van de historiek van flitsfotografie en haar inschakeling in een artistiek discours aan de hand van technische apparatuur en beeldmateriaal. Startpunt van deze analyse is de historische foto- en apparatuurverzameling van het FotoMuseum Antwerpen, die ik als collectiemedewerker al jaren grondig bestudeer. Beeld en techniek worden aan elkaar afgetoetst, wat zal resulteren in een (losjes) thematisch opgebouwde overzichtstentoonstelling en een substantiële publicatie met teksten en beeldportfolio's.

 

Het onderzoek zal alvast exemplarische werken adresseren van o.a. William Henry Fox Talbot, Félix Nadar, Charles Piazzi-Smythe, Etienne Trouvelot, William Jennings, Carsten Nicolai, Hiroshi Sugimoto, het Amerikaanse Abstract Sensationalism (Weegee & co.) - de paparazzifotografie (Pigozzi, Galella, Secchiaroli, Quinn) - La beauté convulsive van de moderne avant-gardebewegingen - Jacob Riis, Lewis Hine en de FSA - Brassaï & Bill Brandt - Diane Arbus - glamourstudio's in Hollywood - crime scene fotografie - Wolfgang Tillmans - Paul Graham - Michael Schmidt - de Japanse grafische stijl (Yoshiyuki, Kurata, Moriyama, Yokota) - Chris Verene - Harold Edgerton & foto's van Amerikaanse atoomtesten - Dirk Braeckman - Joelle Tuerlinckx - Edith Dekyndt - Christian Andersson - Gerhard Richter - Luc Tuymans - Ann Veronica Janssen - Walter de Maria - Henri Michaux - Allan McCollum.

 

2. Vanuit mijn eigen artistieke praktijk beproeven hoe flitslicht in een conceptueel model ingeschakeld kan worden om het wezen van de (fotografische) waarneming te traceren. De onderzoeksthematiek zal als casus dienen om de algemene kerngedachten van mijn beeldend oeuvre concreter uit te diepen: de fenomenologische ontleding van de perceptie en haar begrenzingen & het ondergraven van institutionele codes via kleine interventies met een humoristische ondertoon die focussen op het banale (cfr. l’infra-ordinaire van Georges Perec), de mislukking en het tijdelijke proces. Analoog met mijn breder artistiek onderzoek naar de periferie van de perceptie (nabeelden, blinde vlekken, mental lapses) wil ik de draagwijdte van flitslicht als artistiek concept bestuderen aan de hand van volgende specifieke vragen:

 

- waarom fascineert het beeld van de lichtflits zo sterk, ondanks de verwarring en het gevaar die er voor de kijker in schuilen, zowel op fysiek als mentaal gebied? is het verrukking, de evocatie van een pure, zelfs 'hogere' energie? of is het de rebellie en ontregeling die de cesuur met zich meebrengt; het overmeesteren van de menselijke perceptie, zich overgeven aan een macht die buiten ons kunnen ligt?

- hoe kan ik op een representatieve manier de lijn adresseren tussen schoonheid en agressie, tussen controle en overlevering, de wezenlijke tegenpolen van flitslicht? is de waarneming, en - bij uitbreiding - de fotografie, de beeldende kunst überhaupt bij machte het sublieme karakter ervan vast te leggen en/of te interpreteren? hoe kan de complexe ervaring van de lichtpuls artistiek geëvoceerd worden? en welke plaats neemt het apparaat hierbij in bij?

- waar raken blootleggen en verblinden elkaar in deze extreme vorm van licht? en wat gebeurt er op het moment dat de flits ons overmant, de blik afblokt en zo op zichzelf en de reflectie terugplooit? wat impliceert dit voor de functie, macht en symboliek van het oog, van het optische toestel en van diegene die het apparaat bedient?

- hoe kan ik de kern van de lichtflits artistiek en fenomenologisch benaderen als ik haar bron niet rechtstreeks in de ogen kan kijken zonder erdoor verblind te worden; zonder dat ze zichzelf opheft door een blinde vlek, een nabeeld te creëren? vanuit de periferie? vanuit haar begrenzing? vanuit ontkenning en ontwijking? vanuit haar afwezigheid, d.w.z. vanuit het donker en dus de onzichtbaarheid?

- in welke mate dwingt de lichtflits dan tot een herformulering van de vraag 'wat is zichtbaar'? en heft het middel om alles waarneembaar te maken zichzelf niet automatisch op omdat het de facto de waarneming en bijgevolg de rede destabiliseert? schuilt hier een catch 22 omdat het zichtbare en de ratio enkel door middel van de cesuur, de hapering, het zwarte gat geadresseerd kunnen worden?

- kan de lichtflits inderdaad een convulsieve schoonheid creëren, een esthetiek die vertaald kan worden in een visuele 'afdruk' ervan? is dit dan een in essentie picnoleptisch beeld, opgebouwd uit breuken, absences en ontregelingen, dat zich vanuit de white-out (of is het black-out?) ontwikkelt en aan Virilio's  esthetiek van het verdwijnen beantwoordt?

- hoe en in welke vorm kan flitslicht zich in een artistiek concept vertalen dat trouw blijft aan haar zelf-reflexieve aard en het dus zowel 'afbeelding'als 'oorzaak van die afbeelding'laat zijn?

 De nieuwe werken die uit dit doctoraal onderzoek voortkomen zullen eveneens een plaats krijgen in voorgenoemde tentoonstelling en publicatie.

 

StatusIn uitvoering
Periode1/01/1431/12/19

Verwante onderzoeksoutput